Voorbehandelingsmethoden

Om het verroeste of verontreinigde oppervlak te behandelen, kunnen er verschillende methoden worden toegepast. Deze methoden onderscheiden wij naar nieuwe en bestaande constructies. 

VOOR NIEUWE CONSTRUCTIES HANTEREN WIJ DE VOLGENDE VOORBEHANDELINGSMETHODEN:

Persluchtstralen (droog, bevochtigd of nat): Persluchtstralen is een oude techniek waarvan het principe al in 1917 in de Amerika werd toegepast. Persluchtstralen kan op twee manieren worden uitgevoerd. De eerste manier is persluchtstralen met drukvoeding. Hierbij staat het straalmiddel in de ketel onder luchtdruk en wordt in de straalslang grit en lucht getransporteerd. Het mengen van lucht en grit gebeurd onder de straalketel. Bij de tweede manier wordt het straalmiddel toegevoegd net vóór de straalnozzle. Deze nozzle heeft een zodanige vorm dat het straalmiddel opgezogen wordt. Het eindresultaat van deze tweede manier is identiek aan die van stralen onder drukvoeding. De snelheid en de capaciteit is echter veel lager. Hierdoor wordt deze tweede manier vrijwel alleen toegepast in straalcabines voor licht werk. Bijzondere vormen van persluchtstralen zijn bevochtigd en nat stralen. Bij bevochtigd stralen wordt water aan het straalmiddel toegevoegd om de milieubelasting te reduceren doordat er minder stof vrijkomt. Bij nat stralen wordt enkel gebruik gemaakt van water om het oppervlak te stralen.

Hogedrukwaterstralen (middels hoge of ultrahoge druk): Hieronder wordt verstaan het behandelen van ondergronden met water onder zeer hoge druk. Deze varieert van 800 bar (hoge druk) tot 2500 bar (ultrahoge druk).  

CO2 of ijsstralen: CO2 stralen is een relatief nieuwe techniek om ondergronden voor te behandelen. De hoofdgedachte achter deze techniek is het beperken van de hoeveelheid afval na het stralen. Het straalmiddel bestaat uit CO2-pellets, bevroren CO2 in de vorm van pellets. Deze pellets worden gekoeld onder bijzonder lage temperatuur. Tijdens het stralen worden ze aan de straallucht toegevoegd. Als CO2-pellets in de open lucht komen, verdampen zij. Hierdoor blijft er geen straalmiddel achter, en is de milieubelasting minimaal.

Vacuüm stralen: Om stofoverlast te beperken, kan vacuüm stralen worden toegepast. Qua techniek is deze wijze van stralen volledig identiek aan het conventionele persluchtstralen. Om de straalnozzle wordt echter een afzuigmond gemonteerd die ervoor zorgt dat het straalmiddel weer wordt opgezogen en gefilterd voor hergebruik. De beste resultaten met deze straalmethode wordt verkregen op een vlakke ondergrond.

Voor bestaande constructies kan er, naast bovengenoemde methoden, ook nog gekozen worden voor:

(Gedeeltelijk) handmatig of mechanisch ontroesten: Door deze voorbehandelingsmethode wordt roest verwijderd van het metaal, middels schrappen, draadborstelen, machinaal borstelen of slijpen.

Plaatselijk stralen: Middels één van de voorgenoemde straalmethoden.

DE KEUZE VOOR EEN BEPAALDE STRAALMETHODE HANGT AF VAN EEN AANTAL FACTOREN:

Soort ondergrond: Het materiaal waaruit de ondergrond bestaat (staal, beton, enzovoorts).

Vorm ondergrond: Is de ondergrond rond, vlak, horizontaal of verticaal?

Omgeving: De omgeving kan zijn: een straalloods, een straalcabine of in de open lucht.

Gewenste ruwheid: De gewenste ruwheid  kan bepaald worden op basis van een drietal ruwheidswaarden: [Rt], [Rz] of [Ra]. Deze ruwheidswaarden zijn meetmethoden om de gewenste ruwheid van het oppervlak te classificeren.

Gewenste reinheid (Stralen): De mate van reinheid van het oppervlak na het stralen, wordt uitgedrukt met de code [Sa]. Deze code loopt van [Sa1]: "oppervlak moet vrij zijn van zichtbare verontreinigingen en loszittende roest", tot en met [Sa3]: "oppervlak moet vrij zijn van verontreinigingen en roest en het oppervlak dient een gelijkmatige metaalkleur te hebben". Van de reinheidgraden is [Sa2½] de meest voorkomende. Hierbij dient het oppervlak vrij te zijn van met het blote oog zichtbare verontreinigingen zoals olie, vet en vuil, alsmede het grootste deel van walshuid, roest, verflagen en vreemde materialen.

Gewenste reinheid (Ontroesten): De mate van reinheid van het oppervlak na het ontroesten, wordt uitgedrukt met de code [St] of [PSt], respectievelijk geheel of gedeeltelijk behandelen van het oppervlak. De meest gebruikte codes zijn [St2]: "het gehele oppervlak dient vrij te zijn van met het blote oog waarneembare verontreinigingen als olie, vet en vuil, alsmede het grootste deel van walshuid, roest, verflagen en vreemde materialen",  en [St3]: "als onder [St2], maar oppervlak moet veel zorgvuldiger worden behandeld om een metaalglans te krijgen".

Conditie ondergrond: Denk hierbij aan de conditie van de walshuid, de roestgraad en de dikte van bestaande verflagen.

Economische aspecten: Wat is de beschikbare doorlooptijd en het budget van het project

Veiligheid: Denk hierbij aan de gestelde ARBO-eisen.

Scroll naar boven